Er is geen actieve pagina
vergroten Sluiten

Algemene vergader informatie

De bijeenkomst is opgenomen en kunt u hier terugzien:

Reguliere vergadering M&M 2 december 2020 13:00 uur

Datum:
02 dec. 2020, 13:00
Locatie:
Locatie: Zie opening

Agenda

Hoofdvergadering

Locatie: Zie opening
  • SB regionale inzet in het Toekomstbeeld OV inclusief treinverbinding OV (2020MM161)
    Ter informatie

    Portefeuillehouder: Dhr. A. SchaddeleeBehandelend ambtenaar: Dhr. E. Fennis 06-18300514

     

    GL:

    In mijn omgeving hoor ik veel geruchten, die volgens mij in de geschetste rapporten niet worden genoemd. Daarom voor de zekerheid:

     

    - Klopt het dat er in de toekomstige situaties nog steeds IC's rijden tussen Amersfoort en Amsterdam (maar dat ze alleen niet op Amsterdam Centraal stoppen)?

    - Klopt het dat netto het aantal treinen tussen Amersfoort en Amsterdam door dit maatregelpakket juist toeneemt?

    - Klopt het dat er nog steeds treinen rijden tussen Amsterdam Centraal en Amersfoort, maar dat dit alleen geen sprinters zijn? (maar wel sprinters en/of Berlijntrein)

     

    Antwoord:

    De staatssecretaris heeft een besluit genomen over een infrastructuur-pakket, gebaseerd op een bedieningsmodel dat voorziet het rijden van intercity's naar Amsterdam-Zuid en sprinters naar Amsterdam Centraal. Dat geldt voor zowel de treinen uit de richting Hilversum als uit de richting van Almere. De reistijd van de sprinters wordt korter door een snellere afwikkeling van sprinters op station Weesp. De intercity’s geven in Duivendrecht en station Amsterdam-Zuid aansluiting op het Amsterdamse metronet. In dit model is ervan uitgegaan dat het aantal intercity’s en sprinters tussen Amersfoort en Amsterdam gelijk blijft.

     

    Wij hebben als regio nog veel vragen over de inhoud en consequenties van dit bedieningsmodel. Samen met gemeente en regio Amersfoort voeren we hierover constructieve gesprekken met Ministerie, Prorail en NS.

     

    De precieze vertaling van dit bedieningsmodel naar een maakbare dienstregeling is een volgende onderzoekstap waar wij als regio Utrecht bij betrokken worden. Wij zullen uw over het vervolg informeren, wanneer daar aanleiding toe is.

     

    VVD:

    Hoewel de inzichten en ontwikkelingen met betrekking tot mobiliteit elkaar snel opvolgen, heeft de VVD met belangstelling kennisgenomen van de SB en de onderliggende brieven over Bestuurlijk Overleg TBOV op 8 oktober en over Besluit OV SAAL van 28 september.

     

    Naar aanleiding daarvan hebben wij de volgende vragen cq. opmerkingen:

    -De focus op het OV wordt gelegd in samenhang met de verstedelijking. Uitbreiding van lightrailconcepten past in deze ontwikkeling. Nu is het succes van de bestaande ‘Randstadrail’ mede te wijten aan het verbinden van regionale woongebieden aan steden. Hoe ziet het college de mogelijkheid om juist met lightrail ook de regionale woongebieden beter te ontsluiten?

     

    Antwoord:

    Onzes inziens staat de kwaliteit en betrouwbaarheid van de OV-verbinding centraal en niet de technische verschijningsvorm. Een hoogwaardige HOV-busverbinding kan op veel plaatsen volstaan. Bij een grote vervoervraag kan gedacht worden aan een railverbinding. Bij Randstadrail was deels al de infrastructuur aanwezig.

     

    -In de SB wordt terecht gesteld de reiziger centraal te stellen en te denken in reizen van deur tot deur. Hoewel deze SB primair gaat over het Toekomstbeeld Openbaar Vervoer etc. vinden wij het toch een gemiste kans om niet ook de relatie te leggen met de significante betekenis die auto’s, in toenemende mate emissieloos en wellicht op basis van meer deelvervoer, zullen blijven spelen in het totale mobiliteitssysteem in samenhang met het OV-systeem van de toekomst. Hoe ziet het college dat?

     

    Antwoord:

    Het mobiliteitssysteem gaat altijd om goede mix van de verschillende modaliteiten van auto, openbaar vervoer, fiets en diverse deelsystemen. Voor sommige reizen is de auto handiger, voor andere het OV, de fiets of een combinatie van meerdere modaliteiten. We stellen nu in het TBOV wel vast dat een schaalsprong in het OV in elk geval gewenst is ter versterking van de bereikbaarheid en leefbaarheid binnen de steden.

     

    -Het college geeft aan het Bus Rapid Transit concept verder te willen onderzoeken voor inzet op een aantal specifieke corridors. Kan het college meer toelichting geven waar zij dan concreet aan zit te denken? Wat betekent dit bijvoorbeeld in relatie tot het beter ontsluiten van regionale woongebieden cq. buitengebieden in de provincie?

     

    Antwoord:

    Gedacht kan worden aan de tangentverbindingen naar de stadsranden gelegen aan nabij de snelweg. De bestemmingen kunnen dan meer rechtstreeks worden bereikt dan via het centrale station, bijvoorbeeld van Amstelveen naar Utrecht Leidsche Rijn, Papendorp en Westraven. Ook op interregionale verbindingen zoals Utrecht - Gorinchem - Breda kan gedacht worden aan BRT. Een combinatie van beide is een verbinding als Utrecht Science Park – Almere.

     

    -Kan het college aangeven welke stations(-gebieden) zij mogelijk op het oog heeft om dienst te kunnen doen als sleutelproject(-en) voor de ontwikkeling van ketens en knooppunten?

    Antwoord:

    Sleutelprojecten worden als zodanig niet meer benoemd in de ontwikkelagenda van het Toekomstbeeld OV. Het gaat nu meer om de drie verschillende opgaven die rond de knooppunten spelen: verbeteren van functionele kwaliteit, verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en het vergroten van de capaciteit. Voor al deze categorieën zijn meerdere knooppunten benoemd. In het komende jaar wordt deze inzet binnen het toekomstbeeld OV vertaald naar een actieprogramma knooppunten. Bedoeling is dat de provincies een coördinerende rol spelen in de totstandkoming hiervan. De regionale uitwerking in U Ned-verband kan hiervoor een bouwsteen vormen.

     

    -Is het voor de nadere verkenningen op corridors niet logisch om niet alleen de corridors te beschouwen waar Utrecht een begin of eindpunt vormt, maar ook de ‘integrale’ (oost/west en noord/zuid) corridors waar Utrecht een belangrijke schakel (‘Hub’) in het totale (internationale) traject vormt?

    Antwoord:

    Ja dat klopt. Bij uitvoering van een verkenning wordt niet alleen gekeken naar het betreffende baanvak, maar de corridor als geheel. Wij kunnen de mogelijkheden op de corridor Utrecht - Arnhem inderdaad niet los zien van de gehele treindienst Schiphol – Utrecht – Arnhem – Nijmegen. En vanwege de samenloop van treinen op hetzelfde baanvak tussen Amsterdam en Utrecht ook niet los van de corridor Amsterdam – Utrecht - ‘s Hertogenbosch – Eindhoven/Breda. Als een van de mogelijke vervolgstappen van TBOV wordt daarom binnen de spoorsector ook wel gesproken over een vervolgstudie van de A2/A12-corridor. Bij uitvoering van een verkenning wordt niet alleen gekeken naar het betreffende baanvak, maar de corridor als geheel. Wij kunnen de mogelijkheden op de corridor Utrecht - Arnhem inderdaad niet los zien van de gehele treindienst Schiphol – Utrecht – Arnhem – Nijmegen. En vanwege de samenloop van treinen op hetzelfde baanvak tussen Amsterdam en Utrecht ook niet los van de corridor Amsterdam – Utrecht - ‘s Hertogenbosch – Eindhoven/Breda. Als een van de mogelijke vervolgstappen van TBOV wordt daarom binnen de spoorsector ook wel gesproken over een vervolgstudie van de A2/A12-corridor. 

    En uiteraard zijn wij zeer benieuwd naar de terugkoppeling van het BO MIRT overleg, dat heeft plaatsgevonden op 25 november 2020.

    Antwoord:

    U heeft op 27 november jl. hierover een Statenbrief ontvangen.

     

    SP:

    Samenhang verstedelijkte gebieden is ongelooflijk belangrijk. Het OV in een nieuwe wijk moet gelijke tred houden met de bouw. Dat kan betekenen dat je een aantal maanden met een zeker verlies te maken krijgt maar dat verdient zich vanzelf terug als de zich daar nieuw te vestigen bewoners vanaf dag 1 op het OV kunnen vertrouwen.

     

    Antwoord:

    Dit zijn we met u eens. Daarom is het ook het vaste voornemen om bij nieuwe verstedelijking de openbaar vervoer ontsluiting direct mee te nemen.

     

    Zet de reiziger centraal. De SP denkt datje het netwerk centraal moet stellen dan komt die reiziger vanzelf want dan is het OV beter en sneller dan de auto.

    Alleen dan kunnen ook echt alle reizigers gebruik maken van het OV. Het is te gemakkelijk om alleen naar de forenzen te kijken, dat is wel de grote bulk.  Maar ook mensen die in ploegendienst werken, familie bezoek in de avonduren, theater of bioscoop, sporten, verenigingsleven. De sociale functie van het OV en de sociale veiligheid, allemaal zaken die integraal in het plan aan bod moeten komen.

     

    Antwoord:

    Het toekomstbeeld OV heeft vooral eerst gekeken naar de opbouw van het dragende netwerk om te zien waar de grote investeringen zouden moeten plaats vinden. Het gaat daarbij niet alleen om een hoogfrequent netwerk tussen de grote stedelijke regio’s van het land, maar ook om de verbindingen met de landsdelen, die daardoor beter worden verbonden met de Randstad. Daarnaast moet invulling gegeven worden aan de sociale functie en de veiligheid van het OV. Deze worden echter niet in een landelijk programma ingevuld, maar wordt gebaseerd op het maatwerk dat binnen de regio zelf beter kan plaatsvinden.

     

Algemene stemmingen

Uitklappen Inklappen