Er is geen actieve pagina
vergroten Sluiten

Vergadering : Statencommissie Milieu en Mobiliteit, 02 december 2020 13:00:00

Algemene vergader informatie

De bijeenkomst is opgenomen en kunt u hier terugzien:

Reguliere vergadering M&M 2 december 2020 13:00 uur

Datum:
02 dec. 2020, 13:00
Locatie:
Locatie: Zie opening

Agenda

Hoofdvergadering

Locatie: Zie opening
  • SB jaar- en trendrapportage OV 2019 (2020MM154)
    Ter informatie

    Portefeuillehouder: Dhr, A. SchaddeleeBehandelend ambtenaar: Dhr. R. van Dijk 06-52769779

     

    GL: 

    In het rapport staat dat er geen landelijke definitie is van kostendekkingsgraad, waardoor deze niet vergelijkbaar is met ander concessies. 

    Daarnaast is het ook een bijzondere indicator om efficiëntie uit te drukken. Een sociale voorziening wordt daarbij uitgedrukt als een kapitalistisch winstoptimalisatieproduct. 

     

    Suggestie: Kan het in het vervolg nuttig zijn om (eventueel naast kostendekkingsgraad) aantal reizigerkilometers per dienstregelinguur te rapporteren? Deze informatie is er al wel, maar geeft veel beter de efficiëntie aan van het daadwerkelijke gebruik van openbaar vervoer. Ook andere concessies gebruiken die, waardoor die dus ook beter te vergelijken is. Tot slot zorgt dit er ook voor dat bijvoorbeeld maatregelen voor mensen die minder of anders betalen (denk aan de proef voor 65+'ers) niet de kostendekkinsgraad ongunstig beïnvloeden, maar juist de reizigersefficientie gunstig beïnvloeden. 

     

    Antwoord:

    Dank voor uw suggestie. Met de definitie van kostendekkingsgraad zoals wij die gebruiken is de bedoeling om te laten zien hoe de ingezette financiële middelen maatschappelijk renderen. Het is niet de bedoeling om hiermee de indruk te wekken dat dat het enige nut van of zienswijze op het openbaar vervoer is (in uw woorden een kapitalistisch winstoptimalisatieproduct). Uw suggestie om in de toekomst ook het aantal reizigerskilometers per dienstregelingsuur (of wellicht beter nog, per dienstregelingskilometer) te laten zien nemen wij ter harte. Zo’n waarde legt meer nadruk op het gemiddelde gebruik per ingezet voertuiguur/-kilometer.

    SP: 

    Wij lezen hier niets over de voor onze provincie zo belangrijke knooppuntenontwikkeling nog een analyse hier over, hoe kan dat? 

     

    Antwoord:

    De Jaar- en trendrapportage geeft een cijfermatig beeld van de staat en ontwikkeling van gebruik, aanbod, waardering van ons regionaal OV in een bepaald jaar en ten opzichte van voorgaande jaren. Ontwikkelingen die nog plaats moeten vinden of die geen cijfermatige kant hebben in directe betrekking tot de exploitatie van het OV zijn hierin niet aan de orde. Een goede en aantrekkelijke knooppuntontwikkeling kan zich niettemin wel vertalen in cijfers zoals (een toename van) het aantal reizigers.

     

    Er komt een uitbreiding van Syntus Flex, de SP vindt dat een prima optie voor extra bereikbaarheid maar niet als vervanging van bestaande lijnen en ontsluitingen. 

    Wij zien dat als een opmaat voor het opheffen van een lijn. ( Sterfhuisconstructie) 

    Antwoord:

    Wij zien dat anders. De praktijk van de flexlijnen in de concessies wijst dat ook aan. Het brengt juist nieuw leven in vaste lijnen waar heel weinig reizigers in zaten.

     

    Er wordt gesproken over meer DRU’s maar het exploitatie budget blijft hetzelfde, hoe moeten wij dat zien? ( pag.8) 

    Antwoord:

    Het gaat hierbij om een geringe stijging in het aantal DRU’s (ong. 1,5%). De belangrijkste oorzaak hiervan is een administratieve: vervoerplanjaren (die beginnen jaarlijks op een wisselende zondagsdatum in de loop van december) zijn niet aan elkaar gelijk wat betreft aantallen werkdagen (veel DRU’s), zaterdagen en zondagen (veel minder DRUs) (dit noemen we dagsoorten); onze jaarlijkse exploitatiebijdrage is dat echter wel; wij hebben met de vervoerder afgesproken over de gehele looptijd van de concessie eventuele (kleine) verschillen bij te houden omdat over die periode de verschillen in dagsoorten bijna geheel oplossen.

     

    Op pag.10 busrit uitval is verminderd, tram uitval is omhoog, wat is daar de reden van want in 2019 werd de SUNIJ lijn nog niet opgeknapt. 

    Antwoord:

    Het bus- en tramsysteem zijn aparte systemen waarbij er hele andere oorzaken kunnen spelen in het kader van rituitval. Bijv. een storing aan de trambaan is specifiek voor het tramsysteem, stremmingen op de weg door incidenten voor het bussysteem, terwijl chauffeurstekort voor beide een probleem kan zijn. Kortom: de ontwikkeling in rituitval in beide systemen kan dan ook zeer uiteen lopen. De extra rituitval op de tram in 2019 is als volgt toegelicht in het Jaarverslag:

    “Dit heeft enerzijds te maken met een verbeterde registratie van de rituitval en anderzijds met een aantal infra- en materieelstoringen waardoor in korte tijd veel ritten vervielen”.

    Ook vond in 2019 de vreselijke gebeurtenis van de tramaanslag plaats.

     

    Op pag 15 wordt gesproken over flinke toename van het aantal kilometers, heeft dat te maken met omrijden door het aanpassen van een aantal lijnen? 

    Antwoord:

    Nee. Deze toename is een spiegel van de toename in het aantal reizigers (instappers) op p. 14. Deze houden gelijke tred. Het aantal reizigers is een makkelijker te communiceren maat, maar omdat reizigers ongelijke afstanden afleggen is het vaak nauwkeuriger om het aantal gemaakte kilometers door reizigers te gebruiken. In de Jaar- en trendrapportage geven we allebei, maar alleen van het aantal reizigers (instappers) de historische trend.

     

    Ook op pag 15 gaat het over minder instappers bij de tram maar er worden meer kilometers gemaakt. Dat betekent dus langere reizen. Is uitgezocht hoe dat komt? 

    Bijvoorbeeld omdat mensen al in Nieuwegein instappen ipv het P&R Westraven? 

    Dat is wel interessant omdat dit nu zo’n knooppunt is wat belangrijk is in de overstap en doorstroom wensen. 

    Antwoord:

    Dat is een interessante vraag die helaas zeer moeilijk te beantwoorden is, omdat er een grote veelheid aan mogelijke factoren een rol speelt, ook buiten het ov-systeem. Het kan bijv. zijn dat op korte afstanden fietsen steeds meer als aantrekkelijk alternatief wordt gezien en gebruikt. Zelfs na een diepgaande analyse zou het nog moeilijk om exacte oorzakelijke verbanden aan te tonen. We houden de ontwikkeling komend jaar bij en mocht de ontwikkeling sterker worden, komen we daar volgend jaar in de Jaarrapportage 2020 op terug.

     

    Pag 21 incident toename. Dit zou te verklaren zijn door de reizigerstoename.  

    Nu zien we ook een reizigerstoename bij U-OV maar daar zijn juist minder incidenten. 

    Wat doet U-OV anders dan Syntus waarvan Syntus kan leren? Heeft dat te maken met meer inzet personeel? De groep reizigers met verward gedrag en personen onder invloed van drank of drugs neemt overigens ook toe. Deze mensen geven veel overlast voor de overige reizigers. 

    Wat gaan we hiermee doen, daar de veiligheid ons aan het hart gaat. 

    Antwoord:

    De vervoerbedrijven hebben onderling goed contact over de maatregelen die men neemt ter verbetering van de sociale veiligheid. Kennis hierover wordt gedeeld en men leert van elkaar. Elk kwartaal is er een gezamenlijk overleg hierover samen met de provincie. Jaarlijks worden de maatregelen opnieuw beschouwd en opgenomen in een jaarplan. Fluctuaties in aantallen incidenten kunnen altijd plaatsvinden en zijn niet altijd goed verklaarbaar. Incidenten kennen een hoog ad hoc karakter.

     

    PvdD: 

    Rapportage met veel interesse gelezen. 

    Dank u wel.

     
    - Wat zijn de reacties van reizigers op de introductie van U-Flex?  
    - Werkt het reserveren van ritten goed?  
    - Is de wacht- en reistijd naar tevredenheid?  

    Antwoord:

    De eerste evaluatie van U-Flex Houten/Schalkwijk in het najaar van 2019 geeft aan dat reizigers in het algemeen erg positief zijn over het flexibele vervoerconcept. Onder meer. de reistijden, de toegankelijkheid van het voertuig en de netheid van het voertuig zijn toen hoog beoordeeld. Het reserveren verdiende nog wel aandacht, met name telefonisch. Daar hebben we bij Qbuzz daarom extra aandacht voor gevraagd. De wachttijd is met een voldoende beoordeeld, maar was voor verbetering vatbaar. Met name jongeren zijn daar kritisch over. Het blijft natuurlijk een flexsysteem waarbij ritten gecombineerd kunnen worden en wachttijd daarom wat kan variëren, maar als reizigers op tijd reserveren dan hoort de bus er op tijd te zijn. Ook daarover voeren we regelmatig gesprek met Qbuzz om te kijken waar nog mogelijke verbeteringen zitten. Overigens wordt ook flex van Syntus in Woerden positief beoordeeld. Overigens heeft u van de evaluatie van beide flexsystemen indertijd een statenbrief gehad.


    - Waarom geldt er bij het bepalen van de stiptheid van ritten bij U-OV een grens van slechts een seconde bij te vroeg vertrokken ritten, terwijl de grens voor te late ritten ligt op 120 seconden?

    Antwoord:

    Als u bedoelt waarom de normen voor te vroeg en te laat van elkaar afwijken, is dit de reden: te vroeg vertrekken is door de vervoerder af te dwingen (als je te vroeg aankomt om welke reden dan ook, kun je als trambestuurder of buschauffeur de tijd afwachten en toch op tijd vertrekken), te laat rijden daarentegen kan het gevolg zijn van drukte op de weg (bij kruisingen), langere wachttijden bij verkeerslichten of meer benodigde tijd bij in-/stappen van reizigers op haltes. Dit is voor de vervoerder niet volledig afdwingbaar. Daarom geven wij de vervoerder wat betreft laat rijden iets meer speling. Deze factoren kunnen per rit verschillen en zijn dan ook niet perse te verwerken in een andere dienstregeling.

Algemene stemmingen

Uitklappen Inklappen